Verkeersregels

Voor gehandicaptenvoertuigen gelden eigen regels en bepalingen. Alle rolstoelen, scootmobielen, driewielfietsen en andere, elektrisch aangedreven of met verbrandingsmotor uitgeruste gehandicaptenvoertuigen vallen onder het begrip gehandicaptenvoertuigen. Bromfietsen en brommobielen zijn geen gehandicaptenvoertuigen, ook niet als ze zijn aangepast voor het gebruik door een gehandicapte. U mag met een gehandicaptenvoertuig overal rijden waar een fiets mag rijden. Bij het ontbreken van een fietspad mag u er de rijbaan mee op. 

U mag ook op de stoep rijden en in voetgangersgebieden. Daar mag u het voertuig ook parkeren. Een rijbewijs is niet nodig. Kan het voertuig sneller dan 10 km/h dan moet u ouder zijn dan 16 jaar om het te mogen gebruiken.

Rijdt u tussen de voetgangers, dan moet u zich houden aan de verkeersregels voor voetgangers; stapvoets rijden dus. Rijdt u op het fietspad of op de weg dan moet u zich houden aan de regels voor fietsers en bromfietsers.